PERSBERICHT

14-02-2019

13-12-2018

Een kind van water

 

Kishi Okazaki heeft golvend haar, als een zwarte waterval, en heldere ogen als zilveren regenplassen die in de zomer maar heel even blijven liggen. Ogen die de zon opvangen. Babywangen die je wilt kussen met kleine kusjes.

Ze is pas zestien, maar alle jongens op school worden gek van haar. Als een magneet worden ze door haar aangetrokken en weer afgestoten. Als ze voorbij glijdt, zonder geluid te maken met haar voeten, denken alle jongens ‘ooo Kishi!’.

Ze woont in een flat, net buiten Kobe. Een flat van 34 etages. Kishi woont op de 32eetage in een appartement van 40 vierkante meter dat van haar vader is. Hij handelt in schietsspelletjes en is nooit thuis. Hij heeft niet eens een bed staan in het appartement, dat ook maar één slaapkamer heeft. 

Het is zomer en Kishi ligt op het dak van de flat in de zon, als Shinji Watanabe 34 etages lager uit frustratie een glas limonade over zijn laptop heen gooit. Shinji is de moddervette zoon van meneer Watanabe, de eigenaar van de wasserette, waar Kishi en haar vader gratis mogen wassen in ruil voor nieuwe spelletjes. Alles is handel, overal is handel. Shinji kan er niks van, met z’n dikke vingers. Verslaving slaat eerder toe bij zaken waar je slecht in bent, de frustratie motiveert je. Hij zit weer eens vast in een moeilijk level. Achter in het veld zit een sniper op een hooischuur, maar het lukt hem steeds niet om levend zijn schuilplaats te verlaten. Shinji heeft al twintig pogingen gewaagd en ondertussen drie zakjes chips met hamsmaak naar binnen geschrokt. Shinji heeft een kort lontje. Kishi ligt wel vaker op het dak en als de wind goed staat kan je hem boven horen vloeken. Er is kortsluiting. Er schieten vlammetjes uit zijn toetsenbord, alsof er minidraken in zijn laptop zitten.

Je zou zeggen dat een wasserette te nat is om goed vlam te vatten, maar het was al vrij laat in de middag. De machines draaiden niet meer en alle uithangende doeken waren zo goed als droog. De onderste verdieping veranderde binnen enkele minuten in een vuurla. 

Kishi zelf merkt het pas op als de rookpluimen over de rand van het dak beginnen te kruipen, als kindervingers over de rand van een koektrommel. Er zijn dan al zeker acht of negen etages in vlammen opgegaan. Ze plugt de oortjes van haar koptelefoon uit haar oren en snuift de lucht op. Brand. Je hoeft de geur niet eerder geroken te hebben om te weten wat het is. Ze komt overeind, zet haar blote voeten op het teer van het dak. Is dat nou zo heet van de zon of van de hitte van het hongerige vuur, dat zich vlak onder haar een weg omhoog vreet? ‘Ai’, zegt ze. En gek genoeg krijgt ze het koud.

Er zijn drie flats, van bovenaf gezien ruitvormige gebouwen, die met de kortste hoeken bijna tegen elkaar aan staan. Je kunt er maar net tussen door fietsen. Als kind deed Kishi een spelletje: zo hard mogelijk, zonder af te remmen, ze moest blijven trappen, tussen de flatgebouwen door sjezen. Beneden is de spleet misschien anderhalve meter, maar boven – de flat werd smaller vanaf de 21eetage – minstens vier. Kishi woont in het middelste flatgebouw. Ze kan naar links of naar rechts springen.

De grond onder haar blote voeten wordt nu zo heet dat ze niet meer stil kan blijven staan. Als iemand die heel erg nodig moet plassen, begint ze te trappelen. Ze loopt naar de linkerhoek en dan naar de rechterhoek van het dak. De afstand naar beiden flatgebouwen is gelijk. Dan neemt ze een aanloopje naar het midden van het dak en springt ze bij wijze van training over haar ligstoel heen. Dat lukt. Ze kan hoog springen, maar springt ze wel ver genoeg?

 

Ze twijfelt. Ik haal het nooit, denkt ze. Misschien als ik meer duik dan spring. Misschien dat ik met mijn vingers de rand kan halen, maar nooit zal ik mij zo hard kunnen afzetten dat mijn hele lichaam de overkant bereikt.

De eerste brandweerwagens arriveren, er is ook een ziekenauto. Allemaal met hun sirenes aan. Er worden ladders tegen het gebouw gezet. Boven het rumoer uit klinkt een gil: er springt iemand uit een raam ergens halverwege. Een heleboel mensen staan achter een rood-wit sliert gebaren te maken. Tussen de mensen op de stoep kan Kishi alleen Shinji herkennen, vanwege z’n omvang. Als ik spring, dan spring ik boven op hem, denkt ze.

Ze had zwemster willen worden, en daarna fotomodel. Niet voor in de reclame of voor zo iets stompzinnigs als fashion, maar voor kunst. Kunstfotografen hebben ook modellen nodig. In ieder geval zou ze nooit in de handel gaan. Wanneer heeft ze haar vader ook alweer voor het laatst gezien? Ze weet het niet meer precies, alleen dat hij dat stomme hoedje weer op had. Zo ga je nooit een leuke nieuwe vrouw tegenkomen, had ze gezegd. Dat waren haar laatste woorden tegen hem geweest. Niet erg aardig, maar ze had er wel bij gelachen en ze meende het bovendien. Ze gunt hem echt een leuke nieuwe vrouw. Iemand die hem niet steeds in zijn werk deed vluchten. Een nieuwe moeder hoeft ze niet.
Afgelopen lente had ze voor het eerst gezoend. Met een meisje, om te oefenen. Ze wilde niet voor schut staan als een jongen met haar wilde zoenen. Het was heel erg ongemakkelijk, maar zij en het meisje waren er allebei van overtuigd dat het nuttig was en dat ze het moesten doen. Maar inmiddels is het zomer en was dat nog steeds haar enige keer. Het meisje van de kus, Miko, het tweelingzusje van haar beste vriend, zag ze een paar dagen geleden nog op het pleintje met de kippen. 

Heb jij al met iemand gezoend? 

Nee. 

Ik ook niet. Zullen wij anders nog een keer?

Nee! Kishi was zo hard als ze kon weggerend. Miko riep nog ‘sooorry!’

 

Waar is ze mee bezig? Ze moet iets doen, het hele gebouw is al zowat weggevaagd, straks stort het nog in voor ze een beslissing heeft genomen. Er zijn sowieso al mensen gestorven. De meeste mensen verbranden niet, maar stikken in de rook. Ze maakt een sommetje: de flat heeft 34 etages, maar op de onderste verdieping is de grote hal met de brievenbussen, de liften, de wasserette en het café, dus die telt ze niet mee. Op haar eigen etage zijn 8 appartementen, de onderste 20 etages tellen elk 10 appartementen. Dat zijn 304 appartementen. In de flat wonen misschien wel 1000 mensen. Als kind groette Kishi alle bewoners die ze tegenkwam, op de gangen, in de lift. Nu kijkt ze hen niet eens meer aan. Ze kent er maar tien of twintig van gezicht en van de helft daarvan weet ze hun naam. Is iedereen op tijd weggekomen? Beneden staan minstens een paar honderd mensen, maar misschien is iedereen dood en zijn dat alleen maar toeschouwers die op het vuur zijn afgekomen. Misschien staat ze nu boven op een berg lijken. Ooo, Kishi.

Overal om haar heen stijgen de zwarte rookpluimen omhoog, ze zit midden in een cilinder van stinkende rook, de echte wolken kan ze niet eens meer zien. Ze had al tien keer kunnen springen, maar ze staat nog steeds te trippelen op haar voeten, alsof ze aan het watertrappelen is. Dit heeft ze altijd: als ze een beslissing moet maken, vooral als die heel erg simpel is, heeft ze geen enkele controle over haar gedachtes. Alsof er een deur dichtgaat, een hele zware deur waar geen lucht of licht meer door kan. Ze begrijpt wel waarom sommige mensen je hersens je ‘bovenkamer’ noemen, die van haar gaat steeds op slot. Haar gedachten doen het dan nog wel, maar ze kan er niet bij. Soms is het zelfs zo erg dat haar lichaam meedoet, dat haar lichaam ook stuurloos wordt. Dat haar armen beginnen te bungelen en haar benen geen gewicht meer kunnen dragen. Dan begint ze opeens aan dingen te denken die totaal niet ter zake doen, zoals: wie is er dood?,en dan is er geen stemmetje dat zegt: opletten, Kishi. Geen nieuwe gedachte die haar afgedwaalde gedachte weer kan herleiden naar de actualiteit.
                  

Plotseling klinkt er naast haar een stem. ‘Je kan niet naar beneden en opzij is te ver. Waarom ga je niet gewoon omhoog?’

Ze kijkt opzij en daarna een stukje omlaag en ziet daar een jongen van een jaar of elf met kleine pretogen. Hij heeft een lichtblauw overalletje aan en zit in kleermakerszit op de grond. Gewoon op het hete teer, waar zijzelf niet eens op kan staan.

‘Hoe kom jij hier?’

Hij wijst naar boven.

‘Jij komt van boven?’

Nu knikt hij.

‘Onzin,’ zegt Kishi, en de jongen schudt zijn hoofd.

‘Ik zit hier al een tijdje. Ik ga zo weer terug.’ Weer wijst hij omhoog. ‘Je kan mee als je wilt.’

‘Hoe dan?’

‘Gewoon, omhoog,’ zegt hij, alsof ze een hele domme vraag heeft gesteld waarop iedereen het antwoord weet. Omdat Kishi geen zin heeft om te springen en al helemaal niet om te verbranden, stemt ze maar met de jongen in. ‘Oké. Woon jij hier? Nee? Waar dan?’

‘Gewoon.’

‘Hoe heet je?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Ga je mee?’

‘Ik noem jou Gewoon,’ zegt ze. ‘Omdat je dat zo vaak zegt en omdat je dat helemaal niet bent. Nou, Gewoon, laten we het gewoon proberen.’

Hij gaat staan en pakt haar hand. Niet zoals een kind de hand van een ouder persoon vastpakt, maar zoals iemand die laat merken: je kunt me vertrouwen, ik weet wat ik doe, ga met mij mee. ‘Er is daar boven nog een wereld,’ zegt Gewoon. ‘Er zijn een heleboel werelden. Ze zijn er allemaal tegelijk.’

Kishi geloof het niet, maar het lijkt haar een belediging om dat tegen hem zeggen. ‘Dat wist ik niet,’ zegt ze.

‘Je denkt toch niet echt dat het gebouw in brand staat?’ zegt hij, en hij neemt haar mee omhoog. Gewoon omhoog, de lucht in.

29-10-2018

Geloven in het verhaal
van een ander

Ik haal voldoening uit het helpen van vrienden in nood. Dat is natuurlijk omdat mij dat het gevoel geeft dat ik mijn eigen zaakjes wél op orde heb – kom er maar in, amateur-psychologen, maar het is altijd zo geweest; ik ben graag een luisterend oor en als mijn adviezen dan ook nog iets waard blijken te zijn, is dat dubbel winst. Wat dat betreft heb ik geluk dat mijn vriendenkring nu rond de 30 schommelt, waar de balans lastig te vinden is, en de een na de ander tegen een burn-out aanloopt. Mijn deur staat altijd open. Een vriend klopte aan en zei: ‘Het wordt steeds moeilijker om ongenuanceerd hoopvol te zijn.’ Het werd een heerlijke avond vol wijn en verwensingen en vuisten op tafel en na afloop gingen we gelouterd naar huis. Een ander zei: ‘Ik word nergens meer blij van.’ Ik nam hem mee naar mijn favoriete bos, waar we jonge herten net niet ver genoeg over een sloot zagen springen en bij de pannenkoeken versierd werden door vrouwen die veel te oud voor ons waren. Een topdag.

Maar 2018 was misschien wel het moeilijkste jaar uit ons leven, in ieder geval uit mijn leven, en laatst toen een vriendin appte: ‘Waarom doen we nog zoveel moeite en voor wat eigenlijk?’ had ik voor het eerst echt geen fucking idee. Of misschien had ik dat altijd al niet, maar geloofde ik gewoon niet meer in mijn eigen praatjes. En dat is eigenlijk het ergst; niet meer in jezelf geloven. Betekende dit dat ik nu ook aan de beurt was?

In 2014 was er in mijn inner circle ook al zo’n vloedgolf van psychische klachten, maar toen met verschillende oorzaken. Stel dat ik in die periode tien goede vrienden had, zaten er minstens acht in therapie. Eetproblemen, minderwaardigheidscomplexen, angststoornissen, dwangneuroses, drugsverslaafd of gewoon good-old depressie. Veel van mijn vrienden zijn acteurs, vijf jaar geleden kwamen wij net van de toneelschool en we schrokken ons kapot van de hardheid van onze wereld. Over de consequenties daarvan schreef ik in 2015 een toneelstuk, De Therapiegeneratie, waarin al die met zichzelf worstelende vrienden versies van zichzelf speelden. Voor even werden onze zorgen doorbroken omdat we er kunst van hadden gemaakt, het gewicht van onze lasten werd minder omdat andere mensen er wat aan hadden. Dat was voor mij een bevestiging dat kunst geen linkse hobby is, of volledig nutteloos, zoals Oscar Wilde beweerde. In zijn tijd misschien, toen witte mannen alle macht hadden. Kunst is nu misschien wel ons laatste redmiddel.

 

Kort voor die vloedgolf had ik een vrouw ontmoet – misschien wel de reden dat die golf mij niet raakte, een vrouw die mijn soulmate bleek te zijn. Ik kan het niet anders zeggen. Dat moest wel de liefde van mijn leven zijn. We kregen een kind en kochten een huis, een poes en een stationwagon. Helemaal zoals ‘t heurt. Ik schreef aan mijn eerste boek en in de tussentijd nam ik mijn depressieve vrienden mee naar goeie restaurants, wandelden we langs stranden en door bossen. Pas na de hele peuterfase van onze dochter, waarin je sowieso niet zoveel meekrijgt van de wereld daarbuiten, zag ik in dat die soulmate helemaal geen geliefde was. Ze was eerder een zus, of een goede vriend, die ik kon helpen als ze in nood zat, wat overigens geregeld voorkwam. Qua soul was het meer dan dik in orde, but we didn’t mate. En in een liefdesrelatie is dat toch wel de bedoeling. Zij zag gelukkig hetzelfde, zoals een soulmate betaamt, dus we gingen uit elkaar. No biggie, want van de beste Zomergast aller tijden Esther Perel hebben we geleerd dat mensen niet zoals vroeger altijd maar samen hoeven te blijven. De moderne mens heeft meerdere huwelijken. Soms met dezelfde persoon, maar meestal niet. CD van jou, CD van mij en ik kocht een huis op een voor mij dierbare locatie. Maar met dat huis was iets mis dat ik niet gemakkelijk kon oplossen. Ik kwam in een bureaucratische rompslomp terecht, ging van paarse krokodil naar paarse krokodil, en besloot – inmiddels een paar duizend euro aan makelaars- en notariskosten armer – te gaan huren. Ook prima. Maar die hele transitie – je zoekt een huis in Amsterdam met twee slaapkamers? Dream on – duurde allemaal nogal lang en vanwege de druk die ik mezelf had opgelegd om ondertussen wel gewoon mijn tweede boek af te schrijven, kreeg ik tijdens de verhuizing een hernia van een doos Russische klassiekers. Het eerste wat ik in mijn nieuwe huurwoning deed was maanden lang op de bank liggen. Ik maakte me kwaad op Twitter, kon niet slapen zonder de pijnstillers waar ik overdag sloom van werd, vergat helemaal wat een erectie was en huilde mee als mijn dochter naar Wiplala keek. Wiplala! De rivier waarop ik mij dertig jaar lang als een tonnetje wijn, altijd halfvol, had laten meevoeren, stroomde ineens de andere richting op. Maar een burn-out? Welnee, mijn nieuwe leven was juist net begonnen. Ik had gewoon rugpijn en ik had vijf jaar geleden toch al ontdekt wat de remedie was: kunst! Maar hoe kon ik al deze ellende in godsnaam nog omzetten in iets zinvols?

Trump kwam aan de macht, #MeToo barstte los – een modderstroom die veel professioneel verborgen stronthopen zichtbaar maakte en met zich meesleurde. De regisseur van De Therapiegeneratie, onze vriend, werd ontmaskerd als de Nederlandse Weinstein. Dus dáárom had hij zo veel ervaring met psychoanalyse. Wie kun je nog vertrouwen als vrienden leugenaars blijken, wereldleiders gehandicapten nadoen, slachtoffers van seksueel geweld niet meer worden geloofd en onze regering geld naar multinationals schuift, terwijl zorg, onderwijs en cultuur met grote tekorten kampen? In 2018 was prinses Yasmine echt never op dat kleedje van Aladdin gestapt.

Met het geloof in anderen raakte ik ook het geloof in mezelf kwijt, in de hele wereld eigenlijk. Dit was niet de wereld waarin ik mijn dochter geboren had willen laten worden. De filosofen Adorno en Horkheimer schreven ooit: ‘I do not believe that things will turn out well, but the idea that they might is of decisive importance,’ en dat laatste idee was ik kwijt. Geen strandwandeling of fles wijn kon hier tegenop.

 

Ik ging terug naar mijn eerdere oplossing en besloot er opnieuw werk van te maken. In mijn zoektocht naar een aanknopingspunt stuitte ik op een artikel over een enquête die door de firma Gallup was afgenomen bij meer dan 154.000 mensen in 146 landen. Uit dit onderzoek bleek dat het geluk van de wereld in de afgelopen tien jaar nog nooit zo laag was geweest, of zoals de hoofdredacteur van Gallup, Mohamed Younis, schrijft in zijn voorwoord: ‘Collectively the world is more stressed, worried, sad and in pain today than we've ever seen it.’
Er is meer stress, dat is absoluut waar. De werkdruk is hoog, het rendement laag en de concurrentie gaat over lijken. Over twintig jaar vergaat de wereld, maar we stappen in vliegtuigen en eten dieren alsof onze planeet oneindig oplaadbaar is. Maar is stress de oorzaak van onze problemen? Als burn-outs iets met stress hebben te maken, dan toch vooral met de ontlading daarvan. Op de dag dat een schrijver zijn zwaarbevochten manuscript inlevert bij de uitgever, stort hij in. Dagen, soms maanden, na het begraven van een dierbare wordt je ineens door een nervous breakdown overmand, gewoon, aan tafel. Stress houdt ons juist in leven. Het zijn de momenten van rust, als we stilzitten, waarin de duivels uit hun krochten kruipen. De duiveltjes die in je oor fluisteren: ‘Wie hou je nog voor de gek? Geloof je het zelf? Het heeft geen zin.’

Volgens cultuurfilosoof Maarten Coolen, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, treedt een burn-out op als je het verhaal over je eigen identiteit niet meer kunt volhouden. ‘Als je tegenwoordig een identiteit wilt hebben, iemand wil zijn, moet je een verhaal hebben over jezelf. Onze identiteit heeft een narratief karakter gekregen: je moet je persoonlijke verhaal voortdurend updaten om te zorgen dat je interessant blijft voor andere mensen. Want alleen dan besta je.’

Dat heeft Coolen goed gezegd, dacht ik toen ik dat las. Zo voelde ik het ook: ik geloofde niet meer in mijn eigen verhaal een daardoor niet meer in mijzelf. Maar die laatste zin wringt. We bestaan alleen als we interessant zijn voor andere mensen? We bestaan dus bij de gratie van het oordeel van de anderen? Pfoe. Doe mij dan maar een burn-out, want als het daarom draait heb ik er pas écht geen zin meer in.

 

De schuld, en de oplossing, van een burn-out wordt nog steeds bij de zieke zelf gelegd. Ook daar komt mijn behoefte om vrienden in nood te helpen vandaan. Maar dit gebeurt niet alleen bij burn-outs; de victim blaming druipt van alle dilemma’s van onze tijd. Een vrouw die wordt aangerand op straat had ook niet zoveel moeten drinken. Een pubermeisje had natuurlijk nooit die naaktfoto aan haar ex-vriendje moeten sturen. Trek dan ook niet zo’n kort rokje aan, neem dan ook wat minder hooi op je vork, je had toch ‘nee’ kunnen zeggen? Iemand die gepest wordt lokte dat zelf ook wel een beetje uit en we gaan vreemd omdat partners ons te weinig aandacht geven. Vrouwen die vanwege angst en trauma jarenlang hebben gezwegen en eindelijk durven te vertellen dat ze ooit zijn misbruikt, bijvoorbeeld omdat de misbruiker in kwestie op het punt staat om verkozen te worden tot belangrijkste rechter van het land, worden beschuldigd van het doelbewust ruïneren van mannencarrières. I like beer, kan ik het helpen. Iemand met een burn-out moet maar een cursus mindfulness gaan doen. We geven niet toe en schuiven de schuld van ons af om onszelf vrij te pleiten, maar ook omdat we niet echt naar de ander kijken. We kijken, zoals Maarten Coolen zegt, naar het verhaal dat de ander heeft gecreëerd. We leiden een nep leven, en dus geloven we niemand meer. Waarom zou je iemand nog vertrouwen als je met liegen veel verder kunt komen? I believe in your fake story, so you can believe in mine.

Ik denk niet dat er een oplossing zit in het geloven of kunnen volhouden van je eigen verhaal, maar in hoe je naar het verhaal van een ander kijkt. Ieder gezond mens gelooft Christine Blasey Ford. Zelfs Kavanaugh weet ongetwijfeld dat ze de waarheid sprak, ook al heeft hij er misschien een ander beeld bij. Maar hij geeft niet toe, omdat haar waarheid zijn gecreëerde verhaal ondermijnt. Die blokkeerfriezen weten heus wel dat Zwarte Piet racistisch is, maar toegeven betekent dat ze hun eigen identiteit door de plee kunnen spoelen. Omdat we altijd maar interessant moeten blijven voor de ander, durft niemand zichzelf nog te corrigeren. Het woord ‘sorry’ wordt met uitsterven bedreigd.

Geloof niet alleen in je eigen verhaal, en dan bedoel ik het echte verhaal, maar vooral in dat van een ander. Dan hoeven we niets meer op te houden, dan hoeven we niets meer te verzinnen dat we niet vol kunnen houden. Ik heb mezelf ten doel gesteld om zo vaak mogen eerlijk te zijn en soms zit ik dan opeens te huilen bij de kapper of strandt een gezellig etentje voor heel even in mineur, maar het is tenminste echt. En dat helpt. Als iemand op een feestje vraagt hoe het gaat hoef je niet te zeggen dat het goed gaat als het wat minder goed gaat. Stop met dat: druk, druk druk. Geloof iemand die moe is en raadt diegene geen cursus aan. Als je iemand beledigt, al dan niet per ongeluk, zeg je niet: ‘ah joh daar moet je tegen kunnen.’ Durf sorry te zeggen. Durf jezelf te corrigeren. Grapjes over huidskleur horen er niet ‘gewoon een beetje bij’ en zeg niet ‘doe gewoon gezellig mee’ tegen iemand die geen alcohol bestelt. Het is toch veel makkelijker om in jezelf te geloven als je je echte verhaal kunt vertellen?

16-10-2017

Zweinstein

Ik heb het vaak zien gebeuren. Producenten die precies op het verkeerde moment een kleedkamer binnenkomen en zich niet verexcuseren, maar gewoon blijven hangen. En kijken. Docenten die eisen dat de meisjes alleen in rokjes en op hoge hakken aan hun les mee mogen doen. Regisseurs die in het voorbijgaan hun handen op billen leggen. Casting directors die kiezen voor een actrice die “niet kan spelen, maar wel erg lekker is”. Ik schaam mezelf dat ik daar nooit iets van heb gezegd. Ik schaam me dat ik heb bijgedragen aan de huidige omvang van dit probleem door het te laten bestaan, waardoor het kon groeien. Waardoor al die klootzakken zijn gaan denken dat het normaal is.
 

Het ‘sexism problem’ van Hollywood is veel groter dan we stiekem altijd al geweten hebben. Nu de machtige ex-producent Harvey Weinstein niet langer machtig genoeg is om de ontmaskering van zijn viespeukerij de kop in te drukken, druppelen de aantijgingen binnen, langzaam en stilletjes, met opgestoken vingers vanuit angstige hoekjes. En de mannen die dit allemaal te horen krijgen doen alsof ze met stomheid zijn geslagen, o wat zijn ze geschrokken en verbouwereerd. Fuck you, we weten dit al lang. Met hun liefste, vaderlijke stem vragen ze aan de slachtoffers: ‘waarom heb je dat niet eerder verteld?’. Nou, omdat dat heel erg moeilijk is. Omdat je niks hebt in te brengen en omdat je vol schaamte zit. OMDAT ZE MISBRUIKT IS DOMME LUL. Het is niet aan de meisjes om dit probleem op te lossen door het te vertellen, het is aan de mannen om het niet meer te laten bestaan. We moeten onze bek open trekken als we het zien gebeuren en we moeten de mannen die zich hier schuldig aan maken terecht wijzen. Nu.
 

Quentin Tarantino, al 25 jaar goede vriend en collega van Weinstein, is ‘stunned and heartbroken’. Alsof hij na 25 jaar nog niet wist dat Harvey zo’n eikel was. Woody Allen, die jarenlang zijn eigen dochter heeft misbruikt, vindt dat we vooral geen cultuur moeten creëren waarin het noodzakelijk is meteen een advocaat in te schakelen als je knipoogt naar een vrouw. Leonardo DiCaprio, de grote milieuactivist die blijkbaar wat meer bladeren voor de mond neemt als het om mensen gaat, durfde zich pas uit te spreken nadat hij onder druk was gezet door zijn eigen fanclub (dat zullen wel veel vrouwen zijn geweest). Het grote probleem is natuurlijk het fenomeen zelf, maar minstens net zo erg is het doodzwijgen ervan. Wat wij doen zodra het bekend wordt.
 

Wij, mannen bedoel ik, hebben de neiging de gebeurtenissen los van elkaar te verklaren. Omdat het voor ons moeilijk is om het te erkennen. ‘Ze had dan ook wel een erg kort rokje aan’ of ‘je gaat toch niet in je eentje naar een hotelkamer?’ Maar wie denkt er nou echt dat het stellen van zulke vragen een ander nut dient dan het verkleinen van je eigen schuldgevoel of schaamte? Niemand? Goh. Zoals ieder, diep geworteld dilemma moet je de bron aanpakken, en niet de reactie achteraf verheftigen. Een kind leert niet beter als je harder gaat slaan. We moeten het zwijgen doorbreken, maar niet harder gaan schreeuwen.

Dit ‘sexism problem’ is niet alleen een probleem van Hollywood, niet alleen van de filmindustrie, maar van de hele fucking aardbol. Educatie is het antwoord. Leer de viespeuken dat het vies is wat ze doen. Ze denken dat het mag, omdat ze er mee wegkomen. Voed je zonen fatsoenlijk op en wees net zo lief en zorgzaam voor hen als voor je dochters.
 

En weet je wat je moet doen als je met een meisje wil neuken? Wees een held. Kijk naar de juiste voorbeelden. Kijk bijvoorbeeld naar het respect dat de eigenaar van café De Waterkant kreeg, nadat hij een klant die een serveerster onder haar rokje fotografeerde, meteen de zaak uitzette. Die man heeft game, hoor. Tennisser Andy Murray geniet veel respect van vrouwen omdat hij een journalist corrigeerde die Federer de beste tennisser aller tijden noemde. Iedereen weet dat Serena Williams meer grandslamtitels heeft gewonnen. Als je indruk wil maken op een vrouw, dan behandel je haar met respect.

De volgende keer dat ik iemand ongevraagd aan een vrouw zie zitten, of iemand misbruik maakt van zijn positie, dan laat ik dat niet meer toe. Dit is een belofte en een waarschuwing. Laten we de Weinsteins er niet meer mee wegkomen. Wees niet bang voor de gevolgen, toon je kloten door er wat van te zeggen. En dwing op die manier respect en liefde af.

Eland genomineerd!

 29-06-2016

Goed nieuws: mijn debuutroman Eland werd al genomineerd voor de ANV Debutantenprijs en staat nu ook op de longlist van de Hebban Debuutprijs. Hoera! Hebban is de grootste online boeken community van Nederland.

Door te stemmen kan Eland op de shortlist terecht komen. Helpen jullie mee? Klik op de afbeelding hieronder en breng je stem uit.

 09-04-2016

De dokter is dood

Als kind ben ik drie keer aan mijn oren geopereerd. De eerste operatie werd verprutst door een vriendelijke dokter die op het Monopoly-mannetje leek en van achteren Goetmakers heette. Als eerbetoon aan het litteken naast mijn linkeroor besloot ik een personage in mijn boek naar hem te vernoemen. De fictieve dokter Goetmakers werd een wonderdokter met een zilveren sportauto en een seksbom als vrouw. Vandaag las ik in de krant dat de echte - zijn naam was Rudi - is overleden. Rust zacht, Rudi Goetmakers. Je leeft voort.

 

 

In een interview met AD noemt Joop van de Ende Nederlandse acteurs verwend. Dat is absoluut waar. Ik vind het vooral op filmsets soms ongemakkelijk dat ‘wij’ zo in de watten worden gelegd, terwijl andere departementen totaal aan hun lot worden overgelaten. In de kou, gecommandeerd als slaven, voor aanzienlijk minder geld. Over het algemeen zijn acteurs ijdele narcisten die niet zelden buitensporig vertroeteld worden. En dan alsnog de grootste mond hebben en de meeste eisen stellen, tut tut.

 

Maar Oom Joop werkt in het theater en maakt musicals. Vergeleken met film is vooral het verschil tussen de secundaire arbeidsvoorwaarden gigantisch. Volgepropte touringcars, slechte, ongezonde catering en zelfs voor de geboorte van je eigen kind kun je niet zomaar vrij krijgen. Een vakkenvuller die evenveel uren maakt als een musicalacteur komt op een hoger maandsalaris uit. Aan de hand van die verschillen zou je al kunnen concluderen dat het totaal verschillende disciplines zijn. Een beetje zoals voetbal en tennis. Verwend wordt je bij Stage Entertainment in ieder geval niet.

Er zijn natuurlijk fanatici bij die dit allemaal verkiezen boven een beetje geil langs een camera lopen voor een rug per dag, omdat zij er nu eenmaal van houden, maar het probleem blijft toch: de meeste acteurs willen dit niet. Joop van den Ende noemt dit ‘dédain’, ik zou het liever ‘voorkeur’ noemen. Het lijkt misschien een goed idee, maar Frank de Boer kan Ajax’ doelpuntentekort ook niet zomaar oplossen door Djokovic in de spits te zetten. Maar stel dát je tennissers laat voetballen, dan moet je als coach niet boos worden als ze de ballen te groot vinden of ze niet kunnen wennen aan de herrie van de supporters. 

 

Een paar dagen na het AD-interview begreep ik waar de frustratie vandaan kwam toen Stage Entertainment aankondigde honderden banen te zullen schrappen. Het probleem is duidelijk: de zalen moeten vol. Het product moet aantrekkelijker en de kwaliteit moet omhoog. In de musicals die Van den Ende produceert speel je soms een jaar lang dezelfde rol. “Je moet een enorme discipline hebben om dat te kunnen. Niet iedere acteur heeft daarvoor de juiste instelling. Ze spelen veertig keer een stuk en gaan daarna weer wat anders doen", aldus Joop in AD. "Dat dédain verdwijnt als er minder werk is; dan zijn ze blij als ze weer een seizoen onder dak zijn.”

 

Volgens mij maakt Joop een denkfout en snijdt hij zichzelf – of zijn opvolger Albert – ook een beetje in de vingers: als je graag met acteurs wilt werken, én je bovendien pretendeert te weten hoe zij in elkaar steken, dan zou ik ze in ieder geval niet beledigen. En wat die denkfout betreft: het heeft helemaal niks met discipline te maken. Nederlandse acteurs beginnen een paar keer per jaar aan een nieuwe baan waarvoor ze alles dienen te geven, combineren voorstellingen met draaidagen en solliciteren altijd naar nieuw werk. Het is een risicovol, onzeker bestaan. Duidt dat op een gebrek aan discipline? En is een jaar lang zonder morren dezelfde ‘track’ lopen daar juist een bewijs van?

 

Toegegeven: dat dédain bestaat helaas wel, onlangs gaf toneelgrootvader Hans Croiset de musical nog een onterechte veeg uit de pan, maar dat is eerder verwaand dat verwend. En over het algemeen richt het zich niet tot de musicals zelf, maar tot het wereldje daaromheen. De manier van werken.

Acteren is mensenwerk. Als producent zou ik mijn werknemers in ieder geval het idee geven dat ik ze ook als mensen behandel. Acteurs zijn absoluut verwend, maar het zijn geen roboteske pionnetjes die je achteloos in je legertjes kunt opstellen, verwachtend dat ze maar blijven marcheren.

 

De pionnetjes van Joop

25/01/2016

01/12/2015

Eland is uit!

Daniel Meskes klimt uit zijn wieg en kruipt naar de donkere kamer van zijn vader, waar hij een emmer giftige foto-inkt aan zijn mond zet. Een geniale dokter opereert en reanimeert hem tegelijk. Daniel is een medisch wonder.
Jaren later klimt Daniel op het dak van de lokale bibliotheek. Hij bekijkt de mensen en luistert naar alles wat ze zeggen: de leugens, het geroddel. Hij besluit alleen nog maar de waarheid te spreken, want iedereen wordt maar verdrietig van geheimen. Met de waarheid kun je tenminste niets kapotmaken. Maar hoe houd je dat vol, een leven zonder liegen? En wat moet je doen als je niet weet wat de waarheid is?

 

In filmische scènes, bevolkt door kleurrijke personages die aan die van John Irving doen denken, schept Lykele Muus de verrassende en overtuigende wereld van Daniel Meskes; een wereld die verdacht veel op de onze lijkt.

 

Eland ligt nu in de winkels!

01/12/2014

Reality

Toen ik ooit in een toneelstuk uit moest beelden dat ik mijn vrouw betrapte met een ander, balde ik mijn vuisten, liet ik mijn wenkbrauwen zakken en gromde ik zachtjes tussen de woorden door. Was niet echt een succes. Misschien wel m’n slechtste scene ooit. Later toen ik in het echte leven dezelfde situatie meemaakte, merkte ik dat ik iets heel anders deed op zo’n moment. Ik lag als een hond die in z’n ballen was getrapt op de grond en trok een kussen uit elkaar.

 

                                                                      lees verder

Het Vangnet

21/09/2014

Mijn dochter kan staan. Trots kijkt ze over de rand van de bank naar buiten. Voorbijgangers zien een klein blond koppie boven de vensterbank uitsteken, lachen en zwaaien. En zij heeft door dat haar prestatie positieve aandacht oplevert.

Erkenning is de stimulans om te ontwikkelen. Het doet nog steeds pijn om van de bank af te vallen, maar de pijn heeft een reden gekregen. Succes. We hebben er alles voor over.

 

                                                                      lees verder

 

16/08/2014

 Initiatief

Fragment uit Eland   (bladzijde 297)

 

Het initiatief moest je afwisselen. Maandagmiddag belde zij hem en de dag daarna belde hij haar op. Ze was vrolijk en voortdurend aan het woord. Tot drie keer toe noemde ze hem Meneertje. 
‘Ik ben in de stad. Toevallig,’ zei ze. 
Hij legde zijn mobieltje op zijn bureau, keek even naar buiten en raakte in paniek. Hij kamde zijn haar, ruimde zijn kamer op en zette de ramen open. Hij poetste zijn tanden en controleerde de beharing op zijn balzak. Geen millimeter gegroeid. Hij vouwde zijn shirts en broeken op en voor de zekerheid wiste hij zijn internetgeschiedenis. Niemand ruimt zo snel zijn troep op, als een man die seks verwacht.

21/07/2014

Fictie

Ik ben al een tijdje met mezelf in discussie over het belang van fictie en ik kan maar niet tot een conclusie komen. Een tijdje geleden was er detrend van de boekverfilming, maar nu er nog steeds meer boeken dan nieuwgeschreven scripts verfilmd worden, kunnen we dat eigenlijk geen trend meer noemen. 

 

                                                                      lees verder

 

Rode Loper

23/06/2014

Soep

11/06/2014

Afgelopen zaterdag werd ik in de foyer van Koninklijk Theater Carré door een filmploeg van Shownieuws van een trapje geflikkerd. Een zwaar bepoederde blondine met microfoon stak een elleboog tegen m’n ribben en een stevig cameramannetje probeerde mijn arm te verlengen. 

                                                                      lees verder

 

Mijn verwachtingen zijn zo hoog, dat ik in de rij al sta te zweten.

‘Normaal doen, gek,’ sist Nordin naast me. Hij is al eerder binnen geweest en gedraagt zich als zo’n typische mongool die na één middagje wijnproeven al denkt dat hij een echte expert is.

 

                                                                      lees verder

 

New York

05/06/2014

De afgelopen tijd zijn er veel mensen die ik ken in New York geweest. Vrienden, collega’s, famieleden. Zelfs Kemna-kopstukken Hans en Job. In New York kan je voor een paar tientjes naar Louis CK of Denzel Washington kijken.   

 

                                                                       lees verder

 

01/01/2014

Kito

23/05/2014

Dokter Goetmakers, bijna zestig, deed boodschappen in zijn pyjamabroek. Sloeg geregeld knoopjes over. Vaak hing er een stukje blouse uit zijn gulp en hij koos steeds vaker voor schoenen zonder veters.                                                                                               

                                                                           lees verder

 

Nieuwjaar

01/01/2014

Wandelend met H & H, mijn ouders. Het is oudjaarsdag en ik smeek al dagen om vuurwerk.‘Eén pijl, kom op. Eentje maar.’En voor de zoveelste keer zie ik ze zonder woorden besluiten: nog niet.Ik ruk een stel witte klapbesjes van een tak en gooi ze op het pad.                                                                                           

                                                                            lees verder

 

De Therapie Generatie (1)

15/11/2013

Ik moet wel eerst even zeggen dat ik hier maar met een half been in sta. Ik heb hier m’n twijfels over. Omdat ik zo gehecht ben aan één-op-één. Dat werkt gewoon beter. Misschien niet voor jullie, maar voor mij wel. En dat is niet omdat ik ego-centrisch ben, maar gewoon omdat ik dat nodig heb.                                                                                           

                                                                            lees verder

 

27/10/2013

De vrouw van de dokter

De vrouw van de dokter kwam met vriendinnen, niet met haar man. Ze droeg een donkerblauwe jurk met decolleté, verstopt onder een wit vestje en nam plaats met haar rug naar de keuken, waar ik borden stond te spoelen. Het was nogal druk voor een dinsdagavond en ik was in de afwas gezet. Ik was nog te jong voor drukke avonden.

                                                                            lees verder

 

De papegaai van Churchill

24/10/2013

In het jaar dat ik ontmaagd werd, hoorde ik het verhaal van de papegaai van Churchill. Ik weet niet precies waarom ik dit altijd onthouden heb, het is een grappig verhaaltje, maar ik ken betere grappen en betere verhalen.

                                                                             lees verder

12/04/2008


Mijn naam is Jean-Philippe Du de la Combine, vienden noemen me JP, mijn vrouw mag mij Jojo noemen, maar meestal zegt ze gewoon Jean. Ik hoor sinds drie jaar bij The Gentlemen, de tien senioren met de laagste handicap. Ons motto is: It don’t mean a thing, if it ain’t got that swing. Begrijp je? 

                                                                             lees verder

The Gentlemen

  • Wix Facebook page
  • Wix Twitter page