Ik moet wel eerst even zeggen dat ik hier maar met een half been in sta.

Ik heb hier m’n twijfels over. Omdat ik zo gehecht ben aan één-op-één.
Dat werkt gewoon beter. Misschien niet voor jullie, maar voor mij wel.
En dat is niet omdat ik ego-centrisch ben, maar gewoon omdat ik dat nodig heb. Ik wil serieus genomen worden, want alles wat ik hier zeg gaat over mijzelf. En omdat we hier met zoveel zijn, kan ik gewoon nooit zeker weten of iedereen mij wel serieus neemt. Dat kan gewoon niet.

Als ik eerlijk ben: al jullie problemen, die interesseren mij ook niet.

Of tenminste, uit nieuwsgierigheid vind ik het leuk om er naar te luisteren, maar ik kan jullie toch niet helpen.

In ieder geval: Ik was twaalf. Ik had een vis.

Theo.

Op een dag was Theo weg. Niet in de kom, niet op de grond. Nergens.

Ik heb een maand staan schreeuwen. Maar echt. Als iemand iets aan me vroeg, gaf ik schreeuwend antwoord. Thuis, op school, overal schreeuwde ik. Onder de douche. Niet omdat Theo dood was, want hij was al mijn vierde vis en de eerste twee die had ik zelf om leven gebracht – mijn moeder gelooft me niet, maar ik zweer dat het per ongeluk was – maar omdat ik het niet begreep. Hij was mijn vis.

Ik moest naar een kinderpsychiater. Een kort vrouwtje – een lesbienne, weet ik nu – met een brilletje van dik, rood plastic. Ik heb daar een paar maanden zitten scrabbelen. In een sous-terrain.

YOKI-DRINK IS WEL EEN WOORD. BOVENDIEN IS HET 3 X WOORDWAARDE, MARGREET! Ze heette Margreet.

EN NU IS M’N PLANKJE LEEG. DUS IK KRIJG 50 PUNTEN EXTRA!

Jaren later bleek ik een goeie zangstem te hebben.

Door al dat schreeuwen waren m’n stembanden uitzonderlijk goed ontwikkeld.

Ik naar het conservatorium.

Margreet had ik inmiddels ingeruild voor Jarno, een half Duitse psycho-therapeut. Jarno was pas net afgestudeerd en nam mij heel serieus.

Na Jarno ging ik naar Silvia.Tussendoor had ik nog een Surinamer. Maar altijd één op één.

En nu zit ik hier.

Een praatgroep heb ik nog nooit gehad. Volgens Silvia was het wel eens handig, omdat ik dan niet steeds zelf in het middelpunt sta. Want daar was het misschien wel allemaal ooit mee begonnen, zei Silvia. Daarom was ik zo boos op Theo. Omdat hij een eigen willetje had, terwijl ik de baas wilde zijn.

Ik weet het niet hoor. Ik voel me goed.

Ik ben afgestudeerd. Ik heb al jaren geen vissen meer omgebracht.
Er was alleen dat akkefietje met de kat van de buren, maar ik wil dat beest gewoon niet in mijn trapgat hebben. Ik ging al die tijd naar Jarno en naar Silvia omdat ik er gewend aan ben. Er is niks met mij aan de hand, al lang niet meer. Ik heb dit gewoon nodig. Ik bedoel, ik ben gelukkig.

Ik heb een leuke vriendin, we verwachten ons eerste kindje. Ik heb voldoende werk. Meer dan voldoende, zelfs. Ik heb een tijdje in een reizend gezelschap gezongen - dat vond ik niet prettig, ik wil m’n eigen beslissingen kunnen nemen - nu zing ik alleen nog maar solo en dat gaat prima. Ik was vorig jaar genomineerd voor een behoorlijk belangrijke prijs.

Niet gewonnen, maar toch.

Ik voel me gewoon goed.

Ik snap niet wat Theo daar nog mee te maken heeft.
Maar goed. Hier ben ik.

 

De Therapie Generatie (1)

Een fragment uit 'De Therapie Generatie'

Voorjaar 2015 in het theater