Ik ben al een tijdje met mezelf in discussie over het belang van fictie en ik kan maar niet tot een conclusie komen. Een tijdje geleden was er detrend van de boekverfilming, maar nu er nog steeds meer boeken dan nieuwgeschreven scripts verfilmd worden, kunnen we dat eigenlijk geen trend meer noemen. Ieder succesvol boek – op Taal is Zeg Maar Echt Mijn Ding Na, gelukkig – wordt verfilmd. Alle Saskia Noorts en Kluuns. Het Diner, Tirza. Volgend jaar komen er films uit van Publieke Werken en Bonita Avenue.

Ook de filmvertheatering gaat inmiddels verder dan een trend. Toneelgroep Amsterdam maakt theater van Cassavetes, Ingmar Bergman en Ayn Rand. Ursul de Geer komt na zijn Sandor Márai Marathon - nog steeds jammer dat hij dat niet de Máraithon heeft genoemd, dan viel er tenminste nog wat te lachen – met een theaterversie van Stoner. Een prachtig boek dat al in negentienzoveel werd geschreven, maar door een verkooptruc vorig jaar opeens de bestsellerslijsten aanvoerde.De schrijfdocent die mij ooit geleerd heeft dat je met een pen de werkelijkheid kunt herscheppen, noemt dit fenomeen omkleien. 

 

Dat vind ik een mooi woord. Dekt de lading. Het heeft iets viezigs, iets kinderachtigs.

Aan de andere kant: waarom zou je een mooi verhaal niet hergebruiken? Dat is ook hoe de makers hun omgekleide producten verkopen: alsof de verhalen het verdienen om opnieuw en opnieuw verteld te worden. Maar wordt het verhaal hergebruikt of willen ze gewoon het succes recyclen?

Ik denk dat Publieke Werken een geweldige film gaat worden en hoop dat er iemand ooit de ballen heeft om Dit Zijn De Namen van Tommy W. te verfilmen, maar ik ben toch bang dat de conlusie die ik maar niet wil trekken eigenlijk bijzonder verdrietig is: scriptschrijvers zijn het belang van fictie vergeten. Langzaam gaat de fantasie ten onder, omdat succes veel belangrijker is geworden. Er is geen tijd, geen geld, om de wereld te herscheppen. Of we doen het gewoon niet goed genoeg.

 

© Lykele Muus

Fictie

Column voor www.kemna.tv