Soep

Kort verhaal voor tijdschrift EI

Mijn verwachtingen zijn zo hoog, dat ik in de rij al sta te zweten.

‘Normaal doen, gek,’ sist Nordin naast me. Hij is al eerder binnen geweest en gedraagt zich als zo’n typische mongool die na één middagje wijnproeven al denkt dat hij een echte expert is.

‘Straks worden we allemaal geweigerd omdat jij zo staat te spacen.’

Fuck you, Nordin. Jij bent net zo zenuwachtig als ik.

‘Je moeder.’ zeg ik. Die werkt altijd als je het even niet meer weet.Carlo tuft op de grond en neemt nog een kauwgompje. Hij zweert voor de derde keer dat hij sowieso een meisje gaat regelen. Ik veeg de druppels van mijn voorhoofd, sluit mijn ogen en schuifel langzaam naar voren.Ik weet dat ze de uitsmijter hier Kees Kraterface noemen. Nog een paar meter en ik kan zien waarom. Ze zeggen dat het in de oorlog is gebeurd, maar wat ik zie lijkt meer op de nalatenschap van een jeugd vol hevige acne. Bovendien, welke oorlog was dat dan? Die gast is niet ouder dan 35.

Ik check m’n veters en de dikte van de omgeslagen rand van m’n Levi’s. Ik had gewoon m’n eigen shirt aan moeten doen en niet deze kut Replaypolo van Carlo. Deze kleur past helemaal niet bij mij. Ik ben geen Italiaan. Gewoon, een normale jongen. Nu ga ik me de hele avond lang ongemakkelijk voelen.

Stel dat ik na een paar drankjes de moed kan verzamelen om van de muur los te komen en een beetje te bewegen tussen de mensen. Misschien dat er dan een meisje is, gewoon een normaal meisje, waar ik een beetje mee kan flirten. Het maakt eigenlijk niet uit wat voor meisje het is. Als ze maar tieten heeft.

Carlo doet labello op. Stel dat we gaan tongen, dat meisje en ik. En stel dat ze in de buurt woont. Dan hoef ik me geen zorgen te maken. Ik heb superveel porno gezien. Komt goed.

 

Ik moet betalen voor de garderobe en het eerste rondje. Nu is mijn geld op.

‘Volgende rondjes zijn voor jullie, kankerlijers,’ zeg ik tegen m’n vrienden.

Na tien minuten stoot Carlo me aan om een meisje aan te wijzen dat op het verhoogde gedeelte staat. Ik had haar allang gezien.

‘Zijn die echt?’

‘Natuurlijk niet.’ roept Nordin. Hij stond ook al te kijken. ‘Die zijn nep. Sowieso.’

‘Volgens mij zijn ze echt.’ zeg ik. We kijken alle drie. We hebben geen woorden nodig om elkaar te laten weten dat we dichterbij moeten komen. Echt of niet, van dichtbij zijn ze fantastisch.

 

‘We gaan elke week,’ zegt Nordin in de snackbar.

‘Dat kan ik nooit betalen.’

‘Volgende keer laat ik m’n jas thuis. Die garderobe is duurder dan een wodka/Red Bull.’

‘Volgens mij weet ik hoe ze heet. Iemand zei haar naam.’ Carlo en ik vallen stil en kijken naar Nordin. We wachten in spanning af. Nordin gaat haar naam zeggen.

‘Estrella.’

‘Estrella?’

‘Ja, ik geloof van wel. Estrella.’

‘Is dat een naam?’

‘Waarom niet?’

‘Estrella.’

‘Estrella.’ zwijmelt Carlo. We lachen hem uit.

‘Fuck jullie. Estrella is God.’ Ik pak het laatste frietje.

‘Ik geloof niet in God,’ zeg ik. ‘Ik geloof in de tieten van Estrella.’

 

We gaan elke week. Vanaf nu noemen we uitgaan ‘Estrella kijken’. Als we binnenkomen staat ze weer op de verhoging. Nooit zien we haar een drankje halen. Nooit komen we haar tegen bij de jassen of loopt ze de trappen op naar de wc. Ze is er opeens. Ze danst. En dan is ze weer verdwenen. Elke week lijken haar tieten mooier. Beter. Symmetrischer. Het is een wonder.

Ik kijk thuis nooit meer naar porno. Ik denk alleen nog maar aan Estrella. Estrella is de as waar onze levens omheen draaien. Als betoverde zombies, wachtend op het weekend, horen wij de preken van onze docenten aan en leveren we onze werkstukjes in. Ongemerkt worden we ouder. Ik krijg een scheerapparaat voor mijn verjaardag en zet hem op mijn ballen. Je weet maar nooit. Kees Kraterface kent inmiddels onze voornamen, maar noemt ons ‘pikkies’.

Opeens is ze weg. Eigenlijk voelden we het al toen we in de rij stonden. De klapdeur maakte een ander geluid. Carlo liep met zijn jas nog aan naar binnen. Hij sloeg gewoon de garderobe over.

 

Nordin slaagt als enige niet voor het examen. Carlo en ik kijken weer naar porno. We hebben geen studie gekozen. Vergeten. Carlo solliciteert bij onze snackbar en wordt aangenomen. Ik neem enquêtes af in een callcenter.

We gaan tien dagen naar Fuertaventura. Kreta. Een week naar Alanya. We vinden haar nergens. Uit frustratie smijten we onze lege blikjes Red Bull in de Egeïsche Zee.

 

In Argentinië laten we ons door twee hoertjes die maar blijven aandringen de bosjes inlokken. Het is onze laatste dag en onze peso’s moeten op. Het zijn lelijke meisjes met snorren en ze stinken. Bovendien is het snikheet en lagen we net lekker op het strand. Ze nemen ons mee naar een plukje struiken die vol liggen met condooms en lege flesjes drank. 

Die avond hoor ik over de plastic soep. Een Duitse jongen deelt een joint met ons en vertelt over het drijvende eiland in de Grote Oceaan.

‘Thirty times the size of the Netherlands,’ zegt hij. ‘It’s like a giant raft.’

Carlo en ik hebben er allebei geen mening over. We kijken elkaar aan en we lachen omdat raft lijkt op ruft. Een politiewagen rijdt stapvoets voorbij.

‘Die tieten van Estrella. Die waren niet echt.’

‘Nee.’ We zijn een tijdje stil en denken aan vroeger. Als we zijn uitgedacht, is de Duitser verdwenen.

‘Heette ze echt Estrella?’ vraagt Carlo.

‘Weet ik veel.’

 

Ik krijg een goed idee en haal geld bij elkaar om het uit te voeren. Carlo wordt mijn compagnon. We presenteren ons plan op een congres. Het is half twee in de middag. Buiten is het minstens dertig graden en binnen is er geen airco. De zakenlieden en de wetenschappers in de zaal hebben hun dassen afgedaan en hun bloezen losgeknoopt. Onder een doek ligt een ovaalvormige maquette in de schaduw.Ik stap achter het spreekgestoelte en begin mijn toespraak zonder het formele kuchje dat men van eerste sprekers gewend is. Ik stel me voor.

‘Voor ik de naam van het project zal onthullen, wil ik u meenemen in mijn persoonlijke geschiedenis. Dit is een serieus congres met een belangwekkend thema en de komende dagen zal het ingewikkelde termen en cijfers regenen, maar wij zijn een jong bedrijf. Wij zijn hier niet om de formaliteitprijs te winnen, maar om een oplossing te bieden voor een globaal dilemma. Staat u mij daarom toe te openen met een wat minder formele toon. Achteraf zult u begrijpen waarom. Bovendien stikken we de moord in deze hitte. Een beetje humor zal wellicht wat verkoeling bieden.’ Alsnog dat kuchje.

‘Ik neem u mee naar de jaren 90.’ Ik steek mijn hand omhoog. Ik ben een zakenman. Met mijn duim horizontaal en mijn vier andere vingers verticaal maak ik een zijwaartse beweging in de lucht.

‘Ik neem u mee naar de discotheek…’ zeg ik.

Ik vertel ze over Estrella en de hoertjes van Argentinië. Ik stel de zaal voor aan Carlo. Ze lachen. Carlo pakt het doek over de maquette tussen zijn vingertoppen. Iemand die wij gevraagd hebben uit zicht te blijven, zet muziek aan.

‘Dames en heren, met trots presenteren wij…’

Carlo trekt het doek weg.

‘Estrella.’

 

© Lykele Muus